|
2. Cranio-Sacraal werk
Het mooie van Cranio-Sacraal werk, vind ik, is dat twee werelden bij elkaar worden gebracht.
De grondtheorie baseert zich op vaststaande feiten, op tastbaarheden. Tegelijkertijd geven die tastbaarheden toegang - Praktijk Craniotot een wereld, waarin we be-leven, voelen, de wereld in en om ons heen ervaren.
Via het fysieke krijgen we toegang tot onze emoties. Áls dat nodig is...
Dingen neigen te `gebeuren’ tijdens en na sessies. De rol die ik heb als therapeut is luisteren. Met m’n oren, m’n ogen, maar vooral met m’n handen en m’n hart.
Ik voel in het lichaam waar spanningen zitten, waar `het systeem’ (zie hoofdstuk 8) blokkeert. Vervolgens stel ik me in op het cranio-sacrale ritme (zie hoofdstuk 4) en ga ik het lichaam helpen om het ritme weer op gang te brengen.
Het lichaam heeft verschillende manieren om met die vrijkomende blokkades om te gaan. Deze fenomenen beschrijf ik in hoofdstuk 11.
Daarnaast maak ik, als ik dat nodig acht, gebruik van acupunctuur door middel van naalden, licht of pressuur. Aspecten van haptonomie en viscerale manipulaties worden in de behandelingen verweven.
Ik noem wat ik doe Cranio-sacraal werk in plaats van Cranio-sacrale therapie. Ik heb daar verschillende redenen voor.
Ten eerste, omdat het meer dan cranio-sacraal therapie omvat.
Ten tweede vind ik het woord `werk’, de lading van wat ik doe, beter dekken dan het woord `Therapie’. Dat heeft simpelweg te maken met het feit dat ik Koen ben, zowel binnen, als buiten de behandelkamer. Ik ben bij de cliënt als mens, niet als therapeut. Ik weet wat ik weet en ik kan wat ik kan, dat is alles.
Daarnaast is het zo dat therapie vaak geassocieerd wordt met een minder neutrale opstelling van de therapeut, dan die ik mezelf toereken. De meeste mensen die een behandeling van me hebben gehad, zullen begrijpen wat ik daarmee bedoel.
< >
|