|
4. De basis: het Cranio-sacrale systeem
4.2 Het ritme
Je systeem zorgt ervoor dat die druk niet te hoog wordt door 1 tot 12 keer per minuut, wat vocht terug de bloedbaan in te laten stromen. Hierdoor ontstaat het Cranio-sacrale ritme, wat de basis is waarop gewerkt wordt in Cranio-sacrale Werk.
Bij een toename van de druk van het cranio-sacraal vocht, gaan de schedel en de wervelkolom een beetje plaatsmaken door respectievelijk uit te zetten en langer te worden (flexie). Bij afname gebeurt het omgekeerde (extensie). Het cranio-sacrale ritme is voelbaar (iedereen kan het voelen, mits je weet wát je moet voelen en je je erop weet te concentreren).
Het wonder is dat het ritme niet alleen in de schedel en in de wervelkolom te volgen is, maar dat het door trek aan zenuwen en bindweefsel in héél het lichaam aanwezig is (ja: inclusief je grote teen).
Werken met het cranio-sacraal systeem kan dus in heel het lichaam nodig zijn (een scheefstaand botje in het hoofd kan knieklachten veroorzaken).
< >
|